december 2001

Eind december heb ik de bodem gereed. De resterende delen zijn ontdaan van bitumen en tectyl, de dwarsbalk aan de achterzijde heb ik er op gelast evenals de achterplaat en de onderplaat van de balk. Alle gereinigde delen zijn voorlopig beschermd in een bruine grondlak. Alle hoekjes en gaatjes die nog gestraald moeten worden, heb ik met een witte markeerstift aangegeven. Dat werkt straks een stuk makkelijker. De koets staat inmiddels weer op z´n nieuwe bodem. Ik kan nu met het overige plaatwerk aan de zijkant en het dak aan de slag.
Ik heb mezelf voorgenomen dat eind januari de koets klaar moet zijn voor de verdere afwerking (het stralen van de gemarkeerde hoekjes en spuiten van de diverse laklagen), dus dat wordt nog een aardige klus de komende weken.
Het dakdeel aan de voorzijde heb ik verwijderd. Dit was nodig omdat de onderzijde van de raamstijl zo knullig was ´gerepareerd´ dat er weinig anders over bleef dan de hele raamstijl te vervangen. In tegenstelling tot een gewone eend loopt het dakdeel bij een bestel helemaal door, dus het was even een punt hoe dit aan te pakken. Gelukkig hadden ze in het magazijn van de club nog een origineel en compleet dakdeel te koop. De aanschaf was wel even slikken, want dit soort delen is erg aan de prijs. Maar goed, half werk is ook niks gedaan. Ik heb dus nu een gescalpeerde eend die me staat aan te staren in de garage. Raar gezicht.
Naarmate ik verder kom met de restauratie begin ik steeds meer de constructiewijze van deze auto te begrijpen en te waarderen. Het is echt geniaal hoe er met zo weinig materiaal zo´n sterke constructie kon worden gemaakt. Als je de betreffende delen los in je handen houdt, vraag je je af hoe zoiets mogelijk is, maar eenmaal gemonteerd en gelast is het verassend hoe sterk de auto als geheel wordt.

Eind december heb ik de bodem gereed. De resterende delen zijn ontdaan van bitumen en tectyl, de dwarsbalk aan de achterzijde heb ik er op gelast evenals de achterplaat en de onderplaat van de balk. Alle gereinigde delen zijn voorlopig beschermd in een bruine grondlak. Alle hoekjes en gaatjes die nog gestraald moeten worden, heb ik met een witte markeerstift aangegeven. Dat werkt straks een stuk makkelijker. De koets staat inmiddels weer op z´n nieuwe bodem. Ik kan nu met het overige plaatwerk aan de zijkant en het dak aan de slag.

Ik heb mezelf voorgenomen dat eind januari de koets klaar moet zijn voor de verdere afwerking (het stralen van de gemarkeerde hoekjes en spuiten van de diverse laklagen), dus dat wordt nog een aardige klus de komende weken.

Het dakdeel aan de voorzijde heb ik verwijderd. Dit was nodig omdat de onderzijde van de raamstijl zo knullig was ´gerepareerd´ dat er weinig anders over bleef dan de hele raamstijl te vervangen. In tegenstelling tot een gewone eend loopt het dakdeel bij een bestel helemaal door, dus het was even een punt hoe dit aan te pakken. Gelukkig hadden ze in het magazijn van de club nog een origineel en compleet dakdeel te koop. De aanschaf was wel even slikken, want dit soort delen is erg aan de prijs. Maar goed, half werk is ook niks gedaan. Ik heb dus nu een gescalpeerde eend die me staat aan te staren in de garage. Raar gezicht.

Naarmate ik verder kom met de restauratie begin ik steeds meer de constructiewijze van deze auto te begrijpen en te waarderen. Het is echt geniaal hoe er met zo weinig materiaal zo´n sterke constructie kon worden gemaakt. Als je de betreffende delen los in je handen houdt, vraag je je af hoe zoiets mogelijk is, maar eenmaal gemonteerd en gelast is het verassend hoe sterk de auto als geheel wordt.

naar januari 2002

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *